Posted on / by cem / in Nieuws

Mustafa Cingoz: “Een Turk die Dizzy kocht, dat moest wel een kebabzaak worden.”

Anouk De Bruijn, 8 mei 2017

 

Iedereen kijkt verrast op als Mustafa Cingoz, voormalig eigenaar van De Olijventuin, jazzcafé Dizzy koopt. Zijn idee is het niet. Niet in eerste instantie tenminste. Zijn vrienden Cem en Hanjo proberen hem meerdere malen te overtuigen dat hij de kroeg eens moet gaan bekijken, maar Mustafa ziet niet in waarom. Tot op een middag in augustus 2015, als Mustafa en Hanjo op het terras van De Olijventuin een glas wijn zitten te drinken. Hanjo weet Mustafa eindelijk zover te krijgen om langs te gaan bij Dizzy, met positief resultaat tot gevolg. Mustafa weet het meteen: deze zaak koop ik.

EEN MINUUT

In 1978 komt Mustafa vanuit Turkije naar Nederland. Hij gaat in Arnhem wonen en is daar als snel eigenaar van maar liefst drie restaurants. Op een gegeven moment is hij echter uitgekeken op Nederland en wil hij terug naar zijn thuisland, om daar zijn geluk te beproeven in de Turkse horeca. Dat loopt uit op een teleurstelling: ‘‘Het was totaal niet wat ik verwachtte en de Turkse manier van zaken doen sprak mee helemaal niet aan. Dus ik wilde weer terug naar Nederland.’’ Dit keer wil hij echter niet op het platteland ondernemen, maar zoekt hij een drukkere plek met meer uitdaging: de randstad. In 2004 vestigt Mustafa zich in Rotterdam en in datzelfde jaar opent hij aan het einde van de Nieuwe Binnenweg zijn eigen horecazaak: De Olijventuin van het Zuiden.

Mustafa heeft het naar zijn zin en zijn zaak loopt goed. Hij heeft nog geen moment overwogen om De Olijventuin te verkopen, als zijn bedrijfsleider Cem en muziekvriend Hanjo tegen hem beginnen over een jazzcafé dat te koop staat. ‘‘Ik werd er helemaal gek van, want ze bleven er maar over doorgaan. Maar ik zag gewoon niet waarom ik De Olijventuin moest opgeven voor een jazzcafé dat al een paar keer failliet was gegaan.’’ Om af te zijn van het gezeur, besluit hij daarom toch om met Hanjo te gaan kijken. Mustafa is direct verkocht. Tot verbazing van Hanjo, want ze hebben nog niet eens de hele zaak gezien. ‘‘Ik had niet langer dan een minuut nodig,” vertelt Mustafa. “Ik zag meteen wat Hanjo en Cem me al die tijd duidelijk probeerden te maken: een prachtige zaak met veel mogelijkheden. Bovendien had de zaak een grote tuin. Ik zag het gelijk helemaal zitten.’’

KLASSIEKE MUZIEK

Voordat Mustafa het café wil kopen, wil hij echter eerst een week bedenktijd om de zaak eens goed te bekijken. In die week gaat Mustafa drie keer naar Dizzy, zonder Hanjo of Cem, en beseft dat er heel veel gedaan moet worden om de gekwelde zaak weer op de been te krijgen. Hij ziet veel ‘zwarte gaten’, zoals Mustafa ze zelf noemt: dingen die kapot zijn, slecht zijn onderhouden, beter kunnen, anders moeten et cetera. ‘‘Toen ik hier binnenkwam, waren er bijvoorbeeld zestien lampen stuk, zaten er scheuren in de houten tafels, werkten de kraantjes in het toilet niet, was er geen ventilatie in de keuken en tochtte het aan alle kanten, omdat overal gaten zaten: in de muren, bij de ramen, in de vloer en zelfs tussen de traptreden. Als het koud is, is het toch logisch dat niemand in je zaak wil zitten?’’

Ondanks de fikse geld- en tijdsinvestering die nodig is om de zaak te verbouwen, besluit Mustafa Dizzy te kopen. Hij verkoopt De Olijventuin, maar neemt een deel van zijn personeel mee, waaronder bedrijfsleider Cem. Mustafa dicht alle tochtgaten, verbouwt de keuken en investeert daarnaast in het bij elkaar zoeken van een professioneel team aan kelners en koks. Zo komt Dizzy langzaam weer tot leven, maar er blijf één belangrijk probleem dat Mustafa zelf niet kan oplossen: de muziek. ‘‘Ik houd wel van jazz, maar ik ben meer een liefhebber van klassieke muziek en volksmuziek. Maar muziek die met kunst gemaakt is, vind ik mooi. En jazz is dat ook. Alleen heb ik weinig ervaring met jazzartiesten. Daarom wilde ik dat iemand anders het muzikale karakter van Dizzy zou gaan verzorgen.’’ En dus werd Hanjo gevraagd om chef muziek te worden.

TIJD TEKORT

Sommige mensen waren achterdochtig toen Mustafa Dizzy kocht: een Turk die een muziekcafé koopt, dat wordt zeker een eettent. Mustafa vindt dat niet vreemd: ‘‘Dat komt omdat Turken in Nederland op het gebied van muziekcafé’s geen ondernemers zijn. Als ze iets ondernemen, dan is het inderdaad eerder een kebabzaak.’’ Los van de reparaties en verbeteringen die Mustafa heeft gedaan, heeft hij alleen de menukaart veranderd. Mustafa heeft meer gerechten op de kaart gezet, speciaal voor nieuwsgierige mensen. Hij vindt namelijk dat nieuwsgierigheid en jazz hand in hand gaan: ‘‘Jazzmuziek moet je willen luisteren, daar moet je onderzoek naar doen. Ik wilde dat karakter overnemen in het eten. Daarom staan er nu een aantal verrassende gerechten op de kaart.’’

Nu het niet meer tocht in zijn zaak, er weer volop aandacht is voor de jazzoptredens én hij een professioneel personeelsteam om zich heen heeft verzameld, heeft Mustafa meer tijd om zich bezig te houden met de gastvrijheid. Hij wil dat zijn gasten goed geholpen worden en dat het personeel ervoor zorgt dat hun bezoek aan Dizzy hun tijd waard was. ‘‘Wij mensen hebben al zoveel technologieën bedacht, maar voor het probleem van tijd tekort hebben we nog steeds geen oplossing. Tijd is kostbaar en zeker bij mensen die langskomen in een horecazaak. Die willen niet lang wachten, dus moet je daarop inspelen. Ervoor zorgen dat mensen het naar hun zin hebben en graag hun tijd bij jou besteden staat centraal in mijn zaak, want uiteindelijk is het belangrijkste dat mensen tevreden weggaan.’’